Artikel 15

Vorderingen met betrekking tot de aanspraak op het Gemeenschapsmodel

  1. Wanneer een niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel openbaar wordt gemaakt door of wanneer daarop aanspraak wordt gemaakt door, of wanneer een ingeschreven Gemeenschapsmodel is aangevraagd of ingeschreven op naam van een persoon die uit hoofde van artikel 14 daarop geen recht heeft, kan de rechthebbende uit hoofde van genoemde bepaling, onverminderd andere door rechten of maatregelen, vorderen dat hij als rechtmatig houder van het Gemeenschapsmodel wordt erkend.
  2. Een persoon die samen met anderen recht heeft op een Gemeenschapsmodel, kan overeenkomstig lid 1 vorderen dat hij als medehouder daarvan wordt erkend.
  3. Rechtsvorderingen uit hoofde van de leden 1 of 2 kunnen worden ingesteld binnen drie jaar na de datum waarop een ingeschreven Gemeenschapsmodel werd gepubliceerd of een niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel openbaar werd gemaakt. Deze bepaling is niet van toepassing, indien de persoon die geen recht heeft op het Gemeenschapsmodel te kwader trouw was op het ogenblik waarop een dergelijk model werd aangevraagd of openbaar gemaakt of aan hem werd overgedragen.
  4. In het geval van een ingeschreven Gemeenschapsmodel worden de volgende gegevens in het register opgenomen:
    (a) de vermelding dat overeenkomstig lid 1 een rechtsvordering is ingesteld;
    (b) de in kracht van gewijsde gegane beslissing of een andere beëindiging van de procedure;
    (c) een verandering in de eigendom van het ingeschreven Gemeenschapsmodel ten gevolge van de in kracht van gewijsde gegane beslissing.