Artikel 22

Recht van voorgebruik met betrekking tot een ingeschreven Gemeenschapsmodel

  1. Iedere derde die kan aantonen dat hij vóór de datum van de indiening van de aanvrage, of indien aanspraak op voorrang wordt gemaakt, vóór de datum van voorrang, te goeder trouw een aanvang heeft gemaakt met, of serieuze en daadwerkelijke voorbereidingen heeft getroffen tot het gebruik, in de Gemeenschap, van een model dat onder de aan het ingeschreven Gemeenschapsmodel verleende bescherming valt en geen namaak is van dat Gemeenschapsmodel, kan zich beroepen op een recht van voorgebruik.
  2. Op grond van het recht van voorgebruik kan de derde het model exploiteren voor de doeleinden waarvoor hij, vóór de datum van indiening of de datum van voorrang van een ingeschreven Gemeenschapsmodel, een aanvang had gemaakt met of serieuze en daadwerkelijke voorbereidingen had getroffen tot het gebruik van dat model.
  3. Op grond van het recht van voorgebruik kan niet aan iemand anders een licentie voor de exploitatie van het model worden verleend.
  4. Indien de betrokken derde een onderneming is, kan het recht van voorgebruik slechts overgaan samen met de activiteiten van die onderneming in het kader waarvan het gebruik plaatsvond of de voorbereidingen werden getroffen.