Artikel 27

Behandeling van Gemeenschapsmodellen als nationale modelrechten

  1. Tenzij in de artikelen 28, 29, 30, 31 en 32 anders wordt bepaald, wordt het Gemeenschapsmodel als deel van het vermogen in zijn geheel en voor het gehele grondgebied van de Gemeenschap beschouwd als een nationaal modelrecht van de lidstaat waar:
    (a) de houder op de betrokken dag zijn woonplaats of zetel had, of b) indien het bepaalde onder a) niet van toepassing is, de houder op de betrokken dag een vestiging had.
  2. In het geval van een ingeschreven Gemeenschapsmodel is lid 1 van toepassing volgens de aantekeningen in het register.
  3. In het geval van gezamenlijk houderschap wordt, wanneer twee of meer medehouders aan het bepaalde in lid 1 voldoen, voor het aanwijzen van de in lid 1 bedoelde lidstaat in aanmerking genomen:
    (a) in het geval van een niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel, diegene van de medehouders die door hen in onderlinge overeenstemming wordt aangewezen;
    (b) in het geval van een ingeschreven Gemeenschapsmodel, de eerste van de medehouders in de volgorde waarin zij in het register worden vermeld.
  4. Indien de leden 1, 2 en 3 niet van toepassing zijn, is de in lid 1 bedoelde lidstaat de lidstaat waar het Bureau zijn zetel heeft.