Artikel 44

Voorrang in geval van tentoonstelling

  1. Indien de aanvrager van een ingeschreven Gemeenschapsmodel voortbrengselen waarin het model is verwerkt of waarop het wordt toegepast, exposeert op een officiële of officieel erkende internationale tentoonstelling in de zin van het Verdrag betreffende internationale tentoonstellingen, ondertekend te Parijs op 22 november 1928, kan hij zich, wanneer hij de aanvrage indient binnen zes maanden na de datum van de eerste expositie van die voortbrengselen, vanaf die datum beroepen op het recht van voorrang in de zin van artikel 43.
  2. De aanvrager die aanspraak wenst te maken op de voorrang volgens lid 1, moet overeenkomstig de bepalingen van de uitvoeringsverordening met bewijsstukken staven dat de voortbrengselen waarin het model is verwerkt of waarop het wordt toegepast, geëxposeerd zijn.
  3. Voorrang voor een tentoonstelling, toegekend in een lidstaat of een derde land, verlengt de voorrangstermijn van artikel 41 niet.