Artikel 46

Herstelbare gebreken

  1. Wanneer het Bureau bij zijn onderzoek overeenkomstig artikel 45 vaststelt dat er gebreken zijn die kunnen worden hersteld, verzoekt het de aanvrager om deze binnen de voorgeschreven termijn op te heffen.
  2. Indien de gebreken verband houden met de vereisten van artikel 36, lid 1, en de aanvrager binnen de voorgeschreven termijn gehoor geeft aan het verzoek van het Bureau, kent het Bureau als datum van indiening de datum toe waarop de gebreken zijn opgeheven. Indien de gebreken niet binnen de vastgestelde termijn worden opgeheven, wordt de aanvrage niet als aanvrage om een ingeschreven Gemeenschapsmodel behandeld.
  3. Indien de gebreken verband houden met de vereisten van artikel 45, lid 2, onder a) tot en met c), met inbegrip van de betaling van taksen, en de aanvrager binnen de voorgeschreven termijn aan het verzoek van het Bureau voldoet, kent het Bureau als datum van indiening de datum toe waarop de aanvrage oorspronkelijk werd ingediend. Indien de vastgestelde gebreken niet worden opgeheven en de achterstallige betalingen niet binnen de voorgeschreven termijn worden verricht, wordt de aanvrage door het Bureau afgewezen.
  4. Indien de gebreken verband houden met de vereisten van artikel 45, lid 2, onder d), heeft het verzuim om de gebreken binnen de voorgeschreven termijn op te heffen tot gevolg dat het recht van voorrang voor de aanvrage vervalt.