Artikel 80

Rechtbanken voor het Gemeenschapsmodel

  1. De lidstaten wijzen op hun grondgebied een zo gering mogelijk aantal nationale rechterlijke instanties van eerste en tweede aanleg aan, de "rechtbanken voor het Gemeenschapsmodel", die de hun bij deze verordening opgedragen taken vervullen.
  2. Uiterlijk 6 maart 2005 deelt elke lidstaat aan de Commissie een lijst mee van rechtbanken voor het Gemeenschapsmodel met hun naam en territoriale bevoegdheid.
  3. Elke verandering betreffende het aantal, de namen of de territoriale bevoegdheid van de rechtbanken voor het Gemeenschapsmodel, die na de in lid 2 bedoelde mededeling plaatsvindt, wordt door de betrokken lidstaat onverwijld aan de Commissie gemeld.
  4. De in de leden 2 en 3 bedoelde gegevens worden door de Commissie aan de lidstaten meegedeeld en in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt.
  5. Zolang een lidstaat de in lid 2 bedoelde mededeling niet heeft gedaan, wordt elke procedure die het gevolg is van de in artikel 81 bedoelde vorderingen en waarvoor de rechterlijke instanties van die lidstaat krachtens artikel 82 bevoegd zijn, ingesteld bij de rechterlijke instantie van die staat die absoluut en relatief bevoegd zou zijn indien het procedures inzake een nationaal modelrecht van die staat zou betreffen.