Artikel 86

Uitspraken betreffende de rechtsgeldigheid

  1. Wanneer in een procedure voor een rechtbank voor het Gemeenschapsmodel een reconventionele vordering tot nietigverklaring van het Gemeenschapsmodel wordt ingesteld, a) verklaart de rechtbank voor het Gemeenschapsmodel het Gemeenschapsmodel nietig, indien blijkt dat een van de in artikel 25 genoemde gronden een beletsel vormt voor de instandhouding van het Gemeenschapsmodel;
    (b) wijst de rechtbank voor het Gemeenschapsmodel de reconventionele vordering af, indien blijkt dat geen van de in artikel 25 genoemde gronden een beletsel vormt voor de instandhouding van het Gemeenschapsmodel.
  2. Wanneer bij een rechtbank voor het Gemeenschapsmodel een reconventionele vordering tot nietigverklaring van een ingeschreven Gemeenschapsmodel wordt ingesteld, deelt deze rechtbank de datum van instelling van die vordering mee aan het Bureau. Het Bureau maakt hiervan melding in het register.
  3. Indien bij een rechtbank voor het Gemeenschapsmodel een reconventionele vordering tot nietigverklaring van een ingeschreven Gemeenschapsmodel wordt ingesteld, kan het op verzoek van de houder van het ingeschreven Gemeenschapsmodel, en na de andere partijen te hebben gehoord, de procedure schorsen en de gedaagde uitnodigen om binnen een door hem te bepalen termijn bij het Bureau een vordering tot nietigverklaring in te stellen. Indien deze vordering niet binnen de bepaalde termijn wordt ingesteld, wordt de procedure voortgezet; de reconventionele vordering wordt dan als ingetrokken beschouwd. Artikel 91, lid 3, is van toepassing.
  4. Wanneer een rechtbank voor het Gemeenschapsmodel zich bij in kracht van gewijsde gegane beslissing over een reconventionele vordering tot nietigverklaring van een ingeschreven Gemeenschapsmodel heeft uitgesproken, wordt een afschrift van de beslissing aan het Bureau gezonden. Elke partij kan inlichtingen over deze toezending vragen. Het Bureau vermeldt de beslissing overeenkomstig de uitvoeringsverordening in het register.
  5. Een reconventionele vordering tot nietigverklaring van een ingeschreven Gemeenschapsmodel mag niet worden ingesteld, indien het Bureau reeds een beslissing heeft genomen, die in kracht van gewijsde is gegaan en die hetzelfde voorwerp en dezelfde partijen betreft en op dezelfde gronden berust.