Artikel 114

Openbare inzage

  1. De dossiers betreffende aanvragen voor een Uniemerk die nog niet gepubliceerd zijn, kunnen alleen met toestemming van de aanvrager worden ingezien.
  2. Eenieder die kan bewijzen dat de aanvrager van een Uniemerk heeft verklaard dat deze na de inschrijving van het merk tegen hem een beroep op dit merk zou kunnen doen, kan het dossier inzien vóór de publicatie van de aanvraag en zonder toestemming van de aanvrager.
  3. Na publicatie van de aanvraag voor een Uniemerk kunnen de dossiers betreffende deze aanvraag en het merk op verzoek worden ingezien.
  4. Bij inzage van een dossier krachtens lid 2 of lid 3 van dit artikel kunnen stukken betreffende uitsluiting, verschoning en wraking in de zin van artikel 169, ontwerpbeslissingen en adviezen, en alle andere interne stukken die bij de voorbereiding van een beslissing of advies zijn gebruikt, en delen van het dossier ten aanzien waarvan de betrokkene een bijzonder belang hecht aan vertrouwelijkheid voordat om inzage in het dossier werd verzocht, van inzage worden uitgesloten, tenzij legitieme belangen van de partij die inzage verlangt, prevaleren.
  5. Inzage in de dossiers van aangevraagde en ingeschreven Uniemerken geschiedt aan de hand van de originele stukken of van afschriften daarvan of aan de hand van technische opslagmedia, indien de gegevens op die wijze worden opgeslagen. De uitvoerend directeur bepaalt de wijze van inzage.
  6. Indien inzage geschiedt zoals bedoeld in lid 7, wordt het verzoek om inzage geacht niet te zijn gedaan zolang de verschuldigde taks niet is betaald. Indien technische opslagmedia online worden ingezien, is geen taks verschuldigd.
  7. Het dossier wordt ten kantore van het Bureau ingezien. Op verzoek kan de inzage geschieden door het verstrekken van afschriften van dossierstukken. Voor het verstrekken van deze afschriften moet een vergoeding worden betaald. Op verzoek en tegen betaling van een taks verstrekt het Bureau tevens al dan niet voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van de aanvraag voor een Uniemerk.
  8. De door het Bureau bijgehouden dossiers die betrekking hebben op internationale inschrijvingen met aanduiding van de Unie, kunnen op verzoek worden ingezien vanaf de datum van publicatie als bedoeld in artikel 190, lid 1, overeenkomstig de in de leden 1, 3 en 4 van dit artikel gestelde voorwaarden.
  9. Onder voorbehoud van de beperkingen in lid 4, kan het Bureau, op verzoek en tegen betaling van een taks, uit elk dossier van aangevraagde of ingeschreven Uniemerken informatie verstrekken. Het Bureau kan echter vereisen dat gebruik wordt gemaakt van het recht van inzage in het dossier indien het zulks wegens de hoeveelheid gevraagde informatie wenselijk acht. 2017