Artikel 119

Algemene beginselen betreffende de vertegenwoordiging

  1. Behoudens lid 2 is niemand verplicht zich voor het Bureau te doen vertegenwoordigen.
  2. Onverminderd de tweede zin van lid 3 van dit artikel, laten natuurlijke of rechtspersonen die noch hun woonplaats, noch hun zetel of werkelijke en feitelijke vestiging voor bedrijf of handel in de Europese Economische Ruimte hebben, zich overeenkomstig artikel 120, lid 1, in alle in deze verordening bedoelde procedures, met uitzondering van de indiening van een aanvraag voor een Uniemerk, voor het Bureau vertegenwoordigen.
  3. Natuurlijke en rechtspersonen die in de Europese Economische Ruimte een woonplaats, zetel of werkelijke en feitelijke vestiging voor bedrijf of handel hebben, kunnen voor het Bureau optreden door tussenkomst van een werknemer. De werknemer van een rechtspersoon als bedoeld in dit lid kan ook handelen voor andere rechtspersonen die met deze rechtspersoon economisch verbonden zijn, ook indien die andere rechtspersonen in de Europese Economische Ruimte geen woonplaats, zetel, noch werkelijke en feitelijke vestiging voor bedrijf of handel hebben. Werknemers die personen vertegenwoordigen in de zin van dit lid dienen, op verzoek van het Bureau of, in voorkomend geval, van de partij in de procedure een bij het dossier te voegen ondertekende volmacht in.
  4. Indien meerdere aanvragers of derden gezamenlijk optreden, wordt een gemeenschappelijke vertegenwoordiger aangewezen.