Artikel 138

Oudere rechten van plaatselijke betekenis

  1. De houder van een ouder recht dat slechts plaatselijke betekenis heeft, kan bezwaar maken tegen het gebruik van het Uniemerk op het grondgebied waar dit recht wordt beschermd, voor zover het recht van de betrokken lidstaat dit toestaat.
  2. Lid 1 is niet meer van toepassing wanneer de houder van het oudere recht gedurende vijf opeenvolgende jaren het gebruik van het Uniemerk op het grondgebied waar zijn recht wordt beschermd heeft gedoogd, tenzij het Uniemerk te kwader trouw is aangevraagd.
  3. De houder van het Uniemerk kan geen bezwaar maken tegen het gebruik van het in lid 1 bedoelde recht, zelfs wanneer dat recht niet meer aan het Uniemerk tegengeworpen kan worden.