Artikel 19

Behandeling van Uniemerken als nationale merken

  1. Tenzij in de artikelen 20 tot en met 28 anders is bepaald, wordt een Uniemerk als vermogensbestanddeel in zijn geheel en voor het gehele grondgebied van de Unie beschouwd als een nationaal merk dat ingeschreven is in de lidstaat waar, volgens het register:
    (a) de merkhouder op de betrokken dag zijn woonplaats of zetel had;
    (b) indien het bepaalde onder a) niet van toepassing is, de merkhouder op de betrokken dag een vestiging had.
  2. Indien lid 1 niet van toepassing is, is de in dat lid bedoelde lidstaat de lidstaat waar het Bureau zijn zetel heeft.
  3. Indien twee of meer personen als gezamenlijke merkhouders zijn ingeschreven in het register, wordt lid 1 toegepast op de eerst genoemde gezamenlijke houder; zo dit niet mogelijk is, op de eerstvolgende gezamenlijke merkhouders in volgorde van inschrijving. Indien lid 1 op geen van de gezamenlijke merkhouders van toepassing is, is lid 2 van toepassing.