Artikel 208

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

  1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
  2. De in artikel 48, artikel 49, lid 3, artikel 65, artikel 73, artikel 96, lid 4, artikel 97, lid 6, artikel 98, lid 5, artikel 100, lid 2, artikel 101, lid 5, artikel 103, lid 3, artikel 106, lid 3, artikel 121, artikel 168, artikel 194, lid 3, en artikel 196, lid 4, bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt voor onbepaalde tijd met ingang van 23 maart 2016 aan de Commissie toegekend. 2017
  3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 48, artikel 49, lid 3, artikel 65, artikel 73, artikel 96, lid 4, artikel 97, lid 6, artikel 98, lid 5, artikel 100, lid 2, artikel 101, lid 5, artikel 103, lid 3, artikel 106, lid 3, artikel 121, artikel 168, artikel 194, lid 3, en artikel 196, lid 4, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
  4. Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.
  5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
  6. Een overeenkomstig artikel 48, artikel 49, lid 3, artikel 65, artikel 73, artikel 96, lid 4, artikel 97, lid 6, artikel 98, lid 5, artikel 100, lid 2, artikel 101, lid 5, artikel 103, lid 3, artikel 106, lid 3, artikel 121, artikel 168, artikel 194, lid 3, en artikel 196, lid 4, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie voor het verstrijken van die termijn hebben medegedeeld dat zij geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.