Artikel 41

Onderzoek van de voorwaarden voor indiening

  1. Het Bureau onderzoekt:
    (a) of de aanvraag voor een Uniemerk voldoet aan de vereisten voor toekenning van een datum van indiening op grond van artikel 32;
    (b) de aanvraag voor een Uniemerk voldoet aan de voorwaarden en vereisten bedoeld in artikel 31, lid 3;
    (c) of in voorkomend geval de klassetaksen binnen de voorgeschreven termijn zijn betaald. 2017
  2. Indien de aanvraag niet voldoet aan de in lid 1 gestelde vereisten, verzoekt het Bureau de aanvrager binnen twee maanden na ontvangst van de kennisgeving de vastgestelde gebreken op te heffen of de achterstallige betalingen alsnog te verrichten.
  3. Indien binnen deze termijnen de op grond van lid 1, onder a), vastgestelde gebreken niet worden opgeheven of de vastgestelde achterstallige betalingen niet alsnog worden verricht, wordt de aanvraag niet als aanvraag voor een Uniemerk behandeld. Indien de aanvrager gehoor geeft aan het verzoek van het Bureau, kent het Bureau als datum van indiening van de aanvraag de datum toe, waarop de vastgestelde gebreken zijn opgeheven of de vastgestelde achterstallige betalingen alsnog zijn verricht.
  4. Indien de op grond van lid 1, onder b), vastgestelde gebreken niet binnen de gestelde termijnen worden opgeheven, wordt de aanvraag door het Bureau afgewezen.
  5. Indien de op grond van lid 1, onder c), vastgestelde achterstallige betalingen niet alsnog worden verricht, wordt de aanvraag geacht te zijn ingetrokken, tenzij uit de aanvraag duidelijk blijkt welke waren- of dienstenklassen het betaalde bedrag moet dekken. Bij gebreke van andere criteria om vast te stellen voor welke klassen de betaling geldt, neemt het Bureau de klassen in de volgorde van de classificatie in aanmerking. De aanvraag wordt geacht te zijn ingetrokken ten aanzien van die klassen waarvoor de klassetaksen niet of niet volledig zijn betaald.
  6. Indien de bepalingen betreffende het beroep op voorrang niet in acht worden genomen, vervalt het recht van voorrang voor de aanvraag.
  7. Indien niet voldaan is aan de voorwaarden betreffende het inroepen van de anciënniteit van een nationaal merk, vervalt dit recht ten aanzien van de aanvraag.
  8. Indien alleen met betrekking tot bepaalde waren of diensten niet is voldaan aan de in lid 1, onder b) en c), gestelde vereisten, wijst het Bureau de aanvraag alleen af, of vervalt het recht van voorrang of het recht van anciënniteit alleen voor die waren en diensten.