Artikel 106

Onderbreking van de procedure

  1. De procedure voor het Bureau wordt onderbroken:
    (a) bij overlijden of bij handelingsonbekwaamheid, hetzij van de aanvrager of de houder van een Uniemerk, hetzij van de persoon die volgens het nationale recht bevoegd is namens deze te handelen. Voor zover overlijden of handelingson­ bekwaamheid de machtiging van de overeenkomstig artikel 120 aangewezen vertegenwoordiger onverlet laten, wordt de procedure slechts onderbroken indien die vertegenwoordiger daarom verzoekt;
    (b) indien de aanvrager of de houder van het Uniemerk ten gevolge van een tegen zijn vermogen gerichte procedure om juridische redenen de procedure voor het Bureau niet kan voortzetten;
    (c) indien de vertegenwoordiger van een aanvrager of van een houder van een Uniemerk overlijdt, handelingsonbekwaam wordt verklaard of ten gevolge van een tegen zijn vermogen gerichte procedure om juridische redenen de procedure voor het Bureau niet kan voortzetten.
  2. De procedure voor het Bureau wordt hervat zodra is vastgesteld wie bevoegd is deze voort te zetten.
  3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 208 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter bepaling van de nadere regels voor de hervatting van de procedure voor het Bureau.