Artikel 175

Fraudebestrijding

  1. Ter bevordering van de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten in de zin van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad treedt het Bureau toe tot het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 betreffende de interne onderzoeken verricht door OLAF, en stelt het volgens het model van de bijlage bij dat akkoord de nodige voorschriften vast die op alle personeelsleden van het Bureau van toepassing zijn.
  2. De Rekenkamer is bevoegd om bij alle begunstigden van subsidies, contractanten en subcontractanten die van het Bureau Uniemiddelen hebben ontvangen, controles op stukken of controles en verificaties ter plaatse te verrichten.
  3. OLAF kan overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad onderzoeken, waaronder controles en inspecties ter plaatse, verrichten om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in verband met een subsidie of een contract dat door het Bureau wordt gefinancierd.
  4. Onverminderd de leden 1, 2 en 3 worden in samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en internationale organisaties, contracten, subsidieovereenkomsten en subsidiebesluiten van het Bureau bepalingen opgenomen die de Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk in staat stellen overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden dergelijke controles en onderzoeken te verrichten.
  5. Het Begrotingscomité stelt een strategie ter bestrijding van fraude vast die, gelet op de kosten en baten van de treffen maatregelen, in verhouding staat tot het frauderisico.